ECLI:NL:PHR:2008:BC1251
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst loods wegens hennepkwekerij geëxploiteerd door zoon huurder
De zaak betreft de ontbinding van een huurovereenkomst voor een loods door de Gemeente De Ronde Venen, nadat onder de vloer van de loods een hennepkwekerij met circa 550 planten werd aangetroffen. De huurder, die sinds 1990 het pand huurde, werd zelf vrijgesproken in de strafzaak, maar zijn zoon, die in het bedrijf werkte, werd veroordeeld voor het exploiteren van de kwekerij.
De rechtbank wees de vordering van de Gemeente af, maar het hof oordeelde dat er sprake was van een tekortkoming die ontbinding rechtvaardigde. Het hof achtte de huurder onvoldoende zorgvuldig in het toezicht op het gehuurde en rekende hem het (laten) exploiteren van de kwekerij aan. De Hoge Raad bevestigt dat ook activiteiten in een kelder onder het gehuurde als binnen het gehuurde kunnen worden beschouwd.
De Hoge Raad benadrukt dat voor ontbinding op grond van wanprestatie geen toerekenbaarheid vereist is, maar dat toerekenbaarheid wel kan meewegen bij de belangenafweging. De belangenafweging door het hof, waarbij het gewicht van de tekortkoming werd afgezet tegen het huurdersbelang, wordt als voldoende en juist beoordeeld. Alle klachten van de huurder worden verworpen en de conclusie is verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt ontbinding huurovereenkomst wegens hennepkwekerij in gehuurde loods ondanks vrijspraak huurder.