ECLI:NL:PHR:2008:BB4959
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid na poging zware mishandeling met voorbedachte raad
Op 1 april 2004 reed de verdachte opzettelijk en met voorbedachten rade met haar auto op twee personen in, waaronder de VVD-fractieleider en diens persvoorlichter, met als doel hen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Het hof stelde vast dat verdachte kalm beraad had gehad en bewust handelde.
Desondanks concludeerden psycholoog en psychiater van het Pieter Baan Centrum dat verdachte ten tijde van de feiten leed aan een schizoaffectieve stoornis met paranoïde wanen, waardoor haar keuzevrijheid ernstig was aangetast. Hierdoor werd zij volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard.
Het hof oordeelde dat ondanks de voorbedachte raad de feiten haar niet konden worden toegerekend en sprak verdachte vrij van rechtsvervolging. Tegelijkertijd werd ter bescherming van de maatschappij een maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd vanwege het grote recidivegevaar.
De Hoge Raad bevestigde dat voorbedachte raad kan worden bewezen ondanks ontoerekeningsvatbaarheid en verwierp de cassatiemiddelen van verdachte. De bewezenverklaring en het oordeel over ontoerekeningsvatbaarheid waren voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte werd ontslagen van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en onderworpen aan terbeschikkingstelling met dwangverpleging.