ECLI:NL:PHR:2008:BB4406
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing WOZ-waarde bij bepaling eigenwoningforfait in nieuwbouwsituatie
Deze zaak betreft de vraag of in een nieuwbouwsituatie met een bestaande WOZ-beschikking, waarbij de woning nog in aanbouw is, de vangnetbepaling van artikel 3.112, derde lid, Wet IB 2001 van toepassing is voor het bepalen van het eigenwoningforfait. Belanghebbende had een woning in aanbouw waarvoor de gemeente Castricum een WOZ-beschikking had vastgesteld op basis van de staat van de woning op de waardepeildatum, waarbij de woning feitelijk nog niet was opgeleverd.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de bestaande WOZ-beschikking, ook al betreft deze een woning in aanbouw, bindend is voor het eigenwoningforfait over de betreffende periode. De vangnetbepaling, die toepassing vindt bij het ontbreken van een WOZ-waarde, is volgens hen niet van toepassing zolang er een geldige WOZ-beschikking is, ook als er geen mutatiebeschikking is genomen na voltooiing van de bouw.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat artikel 3.112, derde lid, Wet IB 2001 niet van toepassing is indien een WOZ-beschikking bestaat die geldt voor het tijdvak waarin het jaar valt, ook al is de woning nog in aanbouw. De waarde van die beschikking is dan bepalend voor het eigenwoningforfait. De Hoge Raad merkt op dat de wetgever met de WOZ-systematiek bewust een robuuste en uniforme waardering heeft beoogd, die ook rechtszekerheid en duidelijkheid voor de burger biedt.
De conclusie is dat de WOZ-waarde van een woning in aanbouw, zoals vastgesteld in een geldige WOZ-beschikking, leidend is voor het eigenwoningforfait, en dat de vangnetbepaling niet geldt zolang die beschikking bestaat, ook als er geen mutatiebeschikking is genomen na oplevering van de woning.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de WOZ-waarde van de woning in aanbouw bepalend is voor het eigenwoningforfait en verklaart het cassatieberoep ongegrond.