ECLI:NL:PHR:2007:BB7701
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens gewoonteheling, bedreiging met zware mishandeling en schuldheling
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens meerdere strafbare feiten, waaronder gewoonteheling van voertuigen en machines, het onttrekken van goederen aan beslag, diefstal, het voorhanden hebben van een vuurwapen, bedreiging met zware mishandeling en schuldheling. Het hof achtte bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan deze feiten over een periode van bijna twee jaar en een leidende rol had gespeeld.
Het hof motiveerde dat de bedreiging met zware mishandeling bestond uit bedreigende uitlatingen jegens een politiebrigadier, waarbij rekening werd gehouden met de kennis van het slachtoffer over het wapenbezit van verdachte. De Hoge Raad bevestigde dat de bedreiging onder de omstandigheden een redelijke vrees voor zwaar lichamelijk letsel kon veroorzaken en dat het hof een juiste objectieve toets had toegepast.
Ten aanzien van schuldheling van een graafmachine stelde het hof vast dat de verdachte ondanks onderzoek naar de herkomst van de machine een te lage prijs betaalde, waardoor hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit oordeel voldoende had gemotiveerd.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden en de slechte gezondheid van verdachte. Het hof legde een gevangenisstraf op van 20 maanden waarvan 5 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Verzoeken om nader onderzoek naar detentiegeschiktheid werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof, waarbij de bewezenverklaringen werden verduidelijkt en gemotiveerd zonder dat vernietiging noodzakelijk was.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.