ECLI:NL:PHR:2007:BB7198
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overheidsaansprakelijkheid wegens onjuiste informatie en overschrijding beslistermijn vergunning mestvarkenshouderij
De zaak betreft een varkenshouder die schade vordert van de gemeente wegens onjuiste informatie over de uitbreiding van zijn varkenstallen en de overschrijding van de beslistermijn voor een wijzigingsverzoek van zijn vergunning. De varkenshouder beschikte over een vergunning uit 1986 voor 2400 mestvarkens in drie stallen, waarvan hij één stal bouwde en daarin 4800 speenvarkens hield. Na een wijzigingsverzoek in 1988 verleende de gemeente in 1989 een vergunning voor 4800 speenvarkens, maar weigerde de vergunning voor 2400 mestvarkens. De varkenshouder meldde daarop dat hij 2400 mestvarkens zou houden in twee nog te bouwen stallen, wat door de gemeente werd geaccepteerd. Later werd de vergunning vernietigd na beroep van een buurman.
De vordering van de varkenshouder is gebaseerd op twee grondslagen: (A) onrechtmatige daad door onjuiste informatie in een brief van 27 september 1989, en (B) overschrijding van de beslistermijn door de gemeente. De rechtbank oordeelde dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld en veroordeelde tot schadevergoeding. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, onder meer omdat de varkenshouder zich had moeten realiseren dat hij niet zonder meer op de brief mocht vertrouwen en dat hij zich zelf had moeten informeren.
De Hoge Raad bevestigt dat de verjaring rechtsgeldig is gestuit door een brief van de varkenshouder uit 1992. De Hoge Raad oordeelt verder dat de vordering niet toewijsbaar is omdat de varkenshouder niet zonder meer mocht afgaan op de brief van de gemeente en dat hij eigen schuld heeft aan de schade. Ook is het causaal verband tussen de onjuiste informatie en de schade niet aannemelijk. De overschrijding van de beslistermijn leidt niet tot aansprakelijkheid zonder bijzondere omstandigheden, die hier ontbreken. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De vordering van de varkenshouder wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband en eigen schuld, ondanks gestuitte verjaring.