ECLI:NL:HR:1971:AB6788
Hoge Raad
- Cassatie
- Wiarda
- Dubbink
- Peters
- Minkenhof
- Drion
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Staat voor onzorgvuldige rechterlijke beslissing bij ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding van de Staat wegens een onzorgvuldige rechterlijke beslissing die leidde tot ontbinding van haar arbeidsovereenkomst. De Kantonrechter te Utrecht had de arbeidsovereenkomst ontbonden op grond van vermeende aanstootgevende handelingen, waarbij eiseres zich verzette en bewijs aanbood, maar getuigen niet werden gehoord.
De rechtbank en het gerechtshof verklaarden de vordering van eiseres niet-ontvankelijk. De Hoge Raad bevestigt dat de rechter bij de voluntaire jurisdictie niet verplicht is getuigen te horen en dat de rechterlijke beslissing niet kan worden aangevochten via een onrechtmatige daad-vordering tegen de Staat. De wettelijke rechtsmiddelen zijn uitputtend en bieden bescherming.
De Hoge Raad benadrukt dat alleen in uitzonderlijke gevallen, waarbij fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden en geen rechtsmiddel openstond, de Staat aansprakelijk kan zijn. In deze zaak is dat niet het geval. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de Staat is niet aansprakelijk voor de rechterlijke beslissing en eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.