ECLI:NL:PHR:2007:BA4940
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onjuiste motivering in milieudelictzaak
In deze zaak werd verdachte door het hof Amsterdam veroordeeld voor het opzettelijk overtreden van artikel 10.3 van de Wet milieubeheer door het in ontvangst nemen en opslaan van afvalstoffen zoals sorteerzeefzand en gebroken puin, zonder de vereiste vergunningen en beschermende maatregelen. Het hof legde een geldboete op, deels voorwaardelijk, mede vanwege eerdere veroordelingen van verdachte en de ernst van de feiten.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen de bewezenverklaring en de strafmotivering. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld, terwijl uit het Justitieel Documentatie Uittreksel bleek dat verdachte in eerdere zaken was vrijgesproken. Dit maakte de strafmotivering onvoldoende.
De Hoge Raad ging ook in op de juridische vraag of het opzet in de tenlastelegging betrekking moest hebben op alle bestanddelen van het delict, waarbij werd bevestigd dat opzet zich richt op de gedragingen en niet op de omstandigheden zoals vergunningen. De bewezenverklaring werd als voldoende gemotiveerd beschouwd.
Uiteindelijk vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beslissing over de straf, waarbij rekening moet worden gehouden met de juiste feiten omtrent eerdere veroordelingen en de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.