ECLI:NL:HR:2004:AP0169
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.L.M. Urlings
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid binnentreden ondanks onvolledige machtiging
In deze strafzaak stond centraal of de machtiging tot binnentreden die niet vermeldde voor welke woning zij was afgegeven, de rechtmatigheid van de daaropvolgende doorzoeking in de weg stond. De verdachte was in hoger beroep vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten en veroordeeld voor overtredingen van milieurechtelijke voorschriften.
De verdediging voerde aan dat de politie onrechtmatig was binnengetreden omdat de machtiging niet specifiek was. Het hof oordeelde echter dat dit niet tot onrechtmatigheid leidde omdat uit het verslag van binnentreden bleek dat de machtiging zag op de woningen op het perceel. De Hoge Raad bevestigde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de onvolledige vermelding in de machtiging niet in de weg stond aan de rechtmatigheid, maar dit leidde niet tot cassatie omdat het verweer alleen betrekking had op feiten waarvan verdachte was vrijgesproken.
De Hoge Raad verwierp het beroep van verdachte en handhaafde het arrest van het hof, waarbij de verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf voor milieurechtelijke overtredingen. Dit arrest benadrukt het belang van een nauwkeurige machtiging voor binnentreden, maar ook dat een onvolledige machtiging niet altijd tot onrechtmatigheid leidt indien het binnentreden feitelijk rechtmatig was.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de taakstraf voor milieurechtelijke overtredingen wordt bevestigd.