ECLI:NL:PHR:2007:BA4888
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Ondernemingskamer tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen en toepassing Nederlandse corporate governance code
Deze zaak betreft een geschil over de bevoegdheid van de Ondernemingskamer om onmiddellijke voorzieningen te treffen in het kader van een enquêteprocedure tegen Versatel Telecom International N.V. en haar aandeelhouders, met name in relatie tot de vervanging van commissarissen door leden van Tele2 AB en de naleving van de Nederlandse corporate governance code.
De Ondernemingskamer had drie commissarissen benoemd met exclusieve bevoegdheid om Versatel te vertegenwoordigen bij transacties met de Tele2-groep en verboden af te wijken van de corporate governance code gedurende het geding. Centaurus c.s. voerden onder meer aan dat deze maatregelen in strijd waren met dwingendrechtelijke bepalingen zoals art. 2:146 BW Pro en het "comply or explain" principe van de code.
De Hoge Raad stelt dat de Ondernemingskamer bevoegd is om onder bijzondere omstandigheden en onder voorwaarden af te wijken van dwingendrechtelijke bepalingen van Boek 2 BW, mits de maatregelen tijdelijk zijn, proportioneel en een billijke belangenafweging plaatsvindt. De Raad benadrukt het belang van onafhankelijke commissarissen conform de code, vooral bij intragroepstransacties, en bevestigt dat de Ondernemingskamer terecht heeft gehandeld gezien de belangen van minderheidsaandeelhouders en de overheersende positie van Tele2.
De klachten over het ontbreken van motivering en het niet in acht nemen van alternatieve voorstellen worden verworpen. De Ondernemingskamer heeft volgens de Hoge Raad voldoende onderbouwd waarom de getroffen voorzieningen noodzakelijk waren en waarom minder ingrijpende maatregelen onvoldoende waren.
De conclusie van de Procureur-Generaal is derhalve dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de Ondernemingskamer mag onder bijzondere omstandigheden afwijken van dwingendrechtelijke bepalingen en handhaaft de benoeming van onafhankelijke commissarissen en het verbod op afwijking van de corporate governance code.