ECLI:NL:PHR:2007:BA2549
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en motivering oplegging ISD-maatregel bij recidiverende veelpleger
Het arrest betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden, waarin verdachte is veroordeeld tot oplegging van de ISD-maatregel voor de duur van twee jaar wegens een reeks strafbare feiten waaronder diefstal, afpersing en bedreiging.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de voorwaarden van artikel 38m Sr voor het opleggen van de ISD-maatregel, waarbij de rechter zich expliciet moet vergewissen dat aan alle voorwaarden is voldaan, met name dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen vereist. Het hof heeft dit voldoende gemotiveerd geacht aan de hand van de feiten en rapportages.
De verdediging voerde aan dat de ISD-maatregel willekeurig wordt toegepast vanwege capaciteitsproblemen, in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en disproportioneel is gezien de duur en aard van de maatregel. De Hoge Raad wijst deze verweren af en benadrukt dat de beoordeling van de innerlijke waarde van de wet aan de wetgever is voorbehouden.
Daarnaast is uitgebreid ingegaan op de rapportagevereisten, met name het belang van de RISc-rapportage als diagnostisch instrument. Hoewel het hof oordeelt dat het RISc-rapport niet per se aan de rechter hoeft te worden overgelegd, is het advies dat op deze methode is gebaseerd wel essentieel. De verdediging klaagde over het ontbreken van een concreet behandelplan, maar het hof stelde dat dit niet wettelijk vereist is bij oplegging.
Tot slot oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn in de cassatiefase niet is overschreden en dat de middelen falen. De ISD-maatregel wordt als ultimum remedium opgelegd, waarbij rekening wordt gehouden met de recidive en de problematiek van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de oplegging van de ISD-maatregel voor twee jaar en wijst alle verweren af.