ECLI:NL:PHR:2007:AZ8360
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid dagvaarding in hoger beroep bij niet-gemachtigde raadsman
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte veroordeeld voor diefstal gepleegd door meerdere personen met braak, waarbij een gevangenisstraf van twee maanden werd opgelegd. De dagvaarding in hoger beroep was verzonden naar het GBA-adres van verdachte, ondanks dat bekend was dat verdachte daar niet woonde. De griffier had de dagvaarding als gewone brief verzonden zonder het hokje aan te kruisen dat het naar het juiste adres was gestuurd.
Verdachte verscheen niet op de terechtzitting in hoger beroep, maar zijn niet-gemachtigde raadsvrouw wel. Zij was niet uitdrukkelijk gemachtigd de verdediging te voeren en heeft geen klacht over de dagvaarding ingebracht. De Hoge Raad herhaalt dat een niet-gemachtigde raadsman geen verweer kan voeren dat de dagvaarding nietig is, tenzij hij het woord ter verdediging voert. Klachten over de betekening van de dagvaarding kunnen niet voor het eerst in cassatie worden ingebracht als de raadsman de gelegenheid had dit aan de feitenrechter te doen.
De Hoge Raad stelt vast dat in deze zaak de raadsvrouw het woord ter verdediging niet heeft gevoerd en dat over de dagvaarding in cassatie voor het eerst wordt geklaagd. Het hof heeft voldoende gemotiveerd dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend, ondanks het verzuim van de griffier om het juiste hokje aan te kruisen. Er is geen ander adres van verdachte bekend. Het middel faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is rechtsgeldig betekend; het cassatiemiddel wordt verworpen.