ECLI:NL:PHR:2007:AZ5716
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over noodweerexces en toepassing volwassenenstrafrecht bij poging zware mishandeling
Op 10 mei 2003 ontstond een conflict tussen de verdachte en aangever waarbij een gevecht uitbrak. De verdachte sloeg aangever met een fles, die daarbij brak. Het hof oordeelde dat het beroep op noodweerexces faalde omdat ten tijde van de tweede slag geen noodzaak tot verdediging meer bestond, en verwierp het beroep op noodweer. De verdachte was toen bijna 18 jaar oud en werd veroordeeld tot een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf.
De verdediging stelde dat de tweede slag nog het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de eerdere aanval, wat onder noodweerexces valt. De Hoge Raad herhaalt de criteria uit eerdere jurisprudentie dat noodweerexces ook kan bestaan als de noodweersituatie al beëindigd is maar de gedraging het onmiddellijke gevolg is van een hevige gemoedsbeweging.
Daarnaast werd de toepassing van het volwassenenstrafrecht op de verdachte bekritiseerd, maar de Hoge Raad bevestigt dat dit gelet op de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de verdachte en de omstandigheden van het delict gerechtvaardigd was. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor een nieuwe berechting met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met inachtneming van de overwegingen over noodweerexces en toepassing van het volwassenenstrafrecht.