ECLI:NL:HR:2005:AS8469
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping noodweerexcesverweer in zaak doodslag na confrontatie met keukendeur
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het handelen van verdachte, die het slachtoffer neerschoot nadat hij met een keukendeur in het gezicht was geslagen, kon worden gerechtvaardigd door noodweerexces. Het hof had geoordeeld dat verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat zijn handelen het onmiddellijke gevolg was van een hevige gemoedsbeweging door een wederrechtelijke aanranding.
De verdachte was na het incident met de keukendeur weggegaan om een geladen vuurwapen uit een kelderkast te halen en keerde vervolgens terug om het slachtoffer neer te schieten. Het hof vond dat verdachte voldoende gelegenheid had gehad om de confrontatie te vermijden, bijvoorbeeld door het pand te verlaten of hulp in te roepen, maar bewust de confrontatie had opgezocht.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel van verdachte, dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom noodweerexces niet van toepassing was, berustte op een onjuiste lezing van het arrest. De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht had geoordeeld dat het noodweerexcesverweer niet toekwam en verwierp het cassatieberoep. Daarmee bleef de veroordeling van verdachte in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het noodweerexcesverweer faalt en de veroordeling blijft gehandhaafd.