ECLI:NL:PHR:2007:AZ3539
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en schadevergoeding bij dwangbehandeling psychiatrische patiënt
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Assen over een klachtprocedure ex artikel 41 Wet Pro Bopz inzake gedwongen medicatie van een onvrijwillig opgenomen patiënt in een psychiatrisch ziekenhuis.
De patiënt werd op grond van een voorlopige machtiging behandeld met injecties Cisordinol depot, waartegen hij bezwaar maakte via een klachtprocedure. De klachtencommissie verklaarde de klacht ongegrond, waarna de rechtbank de klacht en het verzoek tot schorsing en schadevergoeding afwees. De patiënt stelde cassatie in.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de rechtmatigheid van het besluit tot dwangbehandeling ex tunc moet toetsen, dus naar de omstandigheden ten tijde van het besluit, en niet ex nunc naar de actuele situatie. Ook moet de rechtbank toetsen of de motivering van het besluit voldoende is en mag zij niet volstaan met latere onderbouwing. De rechtbank moet bij gegrondverklaring de beslissing van de psychiater vernietigen.
Verder bevestigt de Hoge Raad dat de rechtbank schadevergoeding kan toekennen indien de dwangbehandeling onrechtmatig is, en dat het cassatieberoep ontvankelijk is ondanks het feit dat de machtiging inmiddels is verstreken. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor nieuwe beoordeling.
De uitspraak verduidelijkt de procedurele en materiële toetsing van dwangbehandelingbesluiten en de rechtspositie van patiënten onder de Wet Bopz.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling van de rechtmatigheid van de dwangbehandeling en het verzoek tot schadevergoeding.