ECLI:NL:HR:2006:AV0056
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijk ontslag uit psychiatrisch ziekenhuis na beëindiging TBS-maatregel
De zaak betreft een verzoek tot voorwaardelijk ontslag van een betrokkene die sinds 1994 in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, aanvankelijk in het kader van een TBS-maatregel en sinds 1997 op grond van de Wet Bopz. Na beëindiging van de TBS-maatregel verblijft hij op basis van rechterlijke machtigingen in de Pompekliniek. De betrokkene vroeg om ontslag of voorwaardelijk ontslag, maar het verzoek werd aanvankelijk afgewezen door de geneesheer-directeur. Vervolgens heeft de rechtbank op verzoek van de officier van justitie het voorwaardelijk ontslag onder voorwaarden verleend.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het hoge recidiverisico van 90-92% het gevaar beheersbaar is door afspraken en toezicht, en dat het voorwaardelijk ontslag onder dezelfde voorwaarden als het verlof verantwoord is. De geneesheer-directeur had onvoldoende gemotiveerd geweigerd het voorwaardelijk ontslag te verlenen. De Hoge Raad bevestigde dat de rechter bij toetsing niet alleen de beslissing van de geneesheer-directeur beoordeelt, maar de vrijheidsbeneming in zijn geheel moet beoordelen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De uitspraak benadrukt dat een voorwaardelijk ontslag onder voorwaarden mogelijk is zolang het gevaar kan worden afgewend en dat de rechter terughoudend moet zijn in het toetsen van de motivering van de geneesheer-directeur. Het risico op delictherhaling blijft hoog, maar is hanteerbaar door het controlesysteem en de voorwaarden die aan het ontslag zijn verbonden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het voorwaardelijk ontslag onder voorwaarden.