ECLI:NL:PHR:2007:AZ1084
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad bij profiteren van schending voorkeursrecht bij grondverkoop
Deze zaak betreft een geschil over de verkoop van percelen landbouwgrond waarbij sprake was van een wettelijk voorkeursrecht van pachters volgens artikel 56b van de Pachtwet. De erfgenamen van de verpachters verkochten hun onverdeelde aandelen in de percelen aan eiseres, die volgens verweerders bewust profiteerde van de niet-nakoming van het voorkeursrecht door de verkopers.
De rechtbank wees de vorderingen van verweerders af omdat niet was komen vast te staan dat eiseres zich bewust was van het voorkeursrecht. Het hof stelde echter dat wetenschap ook kon worden aangenomen indien eiseres er ernstig rekening mee moest houden dat het voorkeursrecht zou worden geschonden, en wees de vorderingen grotendeels toe.
In cassatie is dit criterium door de Hoge Raad verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat wetenschap van wanprestatie niet gelijkgesteld kan worden met het ernstig rekening houden met de mogelijkheid daarvan. De Hoge Raad bevestigt het relativiteitsbeginsel en het belang van vrijheid van handel en bedrijf, en stelt dat onrechtmatigheid alleen kan worden aangenomen bij daadwerkelijke wetenschap of behoren te weten van de wanprestatie.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht de memorie na enquête en producties van eiseres buiten beschouwing liet wegens strijd met goede procesorde, en bevestigt dat het hof een juiste rechtsopvatting heeft gehanteerd. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.