ECLI:NL:PHR:2007:AY9933
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betalingskorting vennootschapsbelasting behoort tot belastbare winst
De zaak betreft de vraag of de betalingskorting die wordt verleend bij het ineens voldoen van voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting tot de belastbare winst behoort. De belanghebbende had een betalingskorting genoten en deze niet als winst aangemerkt, terwijl de inspecteur dit wel deed. Het Hof verklaarde het beroep van de belanghebbende ongegrond en bevestigde dat de betalingskorting tot de winst behoort.
De Hoge Raad bevestigt dat op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 alle baten die met het gehele vermogen worden behaald, aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen. De betalingskorting is een premie voor prompte betaling en wordt niet als rente aangemerkt, maar dit sluit niet uit dat zij tot de winst behoort. De betalingskorting vermindert niet het nominale bedrag van de aanslag, maar wordt in de invorderingsfase verrekend.
De Hoge Raad wijst op eerdere jurisprudentie waarin correcties op onttrekkingen aan winstbepaling geen invloed hebben, en benadrukt dat de betalingskorting geen correctie op een onttrekking is, maar een afzonderlijke premie. De fiscale behandeling van de betalingskorting verschilt tussen inkomstenbelastingplichtigen en vennootschapsbelastingplichtigen, maar dit verschil is niet in strijd met discriminatieverboden of het rechtsgelijkheidsbeginsel, omdat het een formele wetsbepaling betreft.
De Hoge Raad concludeert dat de betalingskorting tot de belastbare winst behoort en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: De betalingskorting op voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting behoort tot de belastbare winst en is belast.