ECLI:NL:PHR:2006:AY9241
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid hoger beroep wegens ontbreken betekening dagvaarding aan tweede adres en onvoldoende onderzoek aanwezigheid verdachte
De verdachte werd door het Hof Amsterdam bij verstek veroordeeld wegens verduistering van een bestelauto. Bij het instellen van hoger beroep was naast het GBA-adres van de verdachte ook een tweede adres opgegeven. De dagvaarding in hoger beroep werd echter niet aan dit tweede adres verzonden, hetgeen in strijd is met de rechtspraak van de Hoge Raad (NJ 2002, 317). Hierdoor kon niet worden aangenomen dat verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om in persoon aanwezig te zijn bij de terechtzitting.
Het Hof heeft nagelaten te onderzoeken of het onderzoek ter terechtzitting geschorst moest worden om verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn. Daarnaast is niet gebleken dat de benadeelde partij schriftelijk is geïnformeerd over de datum van de terechtzitting in hoger beroep, terwijl dit volgens art. 413 lid 2 Sv Pro vereist is.
De Hoge Raad oordeelt dat deze tekortkomingen leiden tot nietigheid van het onderzoek in hoger beroep en vernietigt het bestreden arrest. Tevens is het oordeel van het Hof over het begrip 'onder zich hebben' van het voertuig voldoende gemotiveerd en wordt het middel dat dit betwist faalt.
De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe behandeling waarbij de juiste betekening en mededeling aan de benadeelde partij dienen plaats te vinden en waarbij verdachte de mogelijkheid krijgt om in persoon te verschijnen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens nietigheid van het hoger beroep door het ontbreken van betekening aan het tweede adres en het ontbreken van onderzoek naar de aanwezigheid van verdachte.