ECLI:NL:HR:2006:AY9241
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van verstekvonnis wegens onvoldoende betekening appeldagvaarding
De Hoge Raad heeft op 14 november 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak waarin de verdachte in hoger beroep bij verstek was veroordeeld wegens verduistering. De verdachte had bij het instellen van het hoger beroep twee adressen opgegeven: het GBA-adres en een ander adres. De appeldagvaarding was echter alleen aan het GBA-adres betekend, terwijl niet was gebleken dat deze ook aan het tweede adres was verzonden.
De Hoge Raad overweegt dat uit het niet verschijnen van de verdachte niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat hij afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, zeker niet wanneer een ander adres is opgegeven in de appelakte. Het hof had moeten onderzoeken of het onderzoek ter terechtzitting geschorst moest worden om de verdachte alsnog in persoon te kunnen berechten.
Omdat het hof dit onderzoek niet heeft verricht en de betekening aan het tweede adres niet is aangetoond, leidt dit tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gebaseerde uitspraak. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd wegens nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.