ECLI:NL:PHR:2006:AY8344
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldboete en verwerpt cassatie in cocaïnezaak medeplegen
Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf en een geldboete van €20.620 wegens medeplegen van het opzettelijk vervoeren van circa 1.086 gram cocaïne. De zaak betreft een integrale verkeerscontrole waarbij in de auto van verdachte een tas met cocaïne werd aangetroffen. Verdachte had de tas bij zich en werd tevens betrapt met een groot geldbedrag.
In cassatie werden drie middelen aangevoerd, waaronder de betwisting van de rechtmatigheid van de doorzoeking en de motivering van de geldboete. De Hoge Raad oordeelt dat de toestemming van de bestuurder voor de doorzoeking de rechtmatigheid daarvan voldoende legitimeert, waardoor het eerste en tweede middel falen. Het derde middel, gericht op de motivering van de geldboete, wordt eveneens verworpen omdat het hof rekening heeft gehouden met de draagkracht van verdachte en het bedrag van de boete gelijk is aan het inbeslaggenomen geldbedrag.
De Hoge Raad concludeert dat de motivering van de geldboete niet onbegrijpelijk is en dat het cassatieberoep faalt. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het vonnis. Het arrest bevestigt daarmee de strafoplegging door het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot achttien maanden gevangenisstraf en een geldboete van €20.620.