ECLI:NL:PHR:2006:AY7463
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige overheidsdaad door inrichting extra beveiligde woning in appartementencomplex
In deze zaak stond centraal of de Staat jegens bewoners van een appartementencomplex onrechtmatig had gehandeld door een appartement aan te wijzen als extra beveiligde woning (ebw) voor oud-kamerlid Hirsi Ali, vanwege bedreigingen tegen haar. De bewoners vorderden in kort geding beëindiging van dit gebruik. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof oordeelde dat het gebruik als ebw onrechtmatig was en toewijsbaar moest worden beëindigd.
De Hoge Raad besprak in cassatie de belangenafweging en de maatstaf voor onrechtmatigheid, waarbij het hof terecht ook de gemeenschappelijke ruimtes als onderdeel van de woning in de zin van art. 8 EVRM Pro beschouwde. Het hof had geoordeeld dat de gevoelens van onveiligheid van de bewoners gerechtvaardigd en objectief waren, mede vanwege het reële risico van een aanslag op Hirsi Ali en de mogelijke repercussies voor omwonenden.
De Hoge Raad benadrukte dat de Staat onvoldoende had onderbouwd waarom juist dit appartement moest worden gebruikt en dat er geen andere minder ingrijpende alternatieven waren overwogen. Ook was de beleidsruimte van de Staat beperkt omdat het ging om eigen initiatieven die rechten van burgers aantasten. De Staat had onvoldoende maatregelen getroffen om de onveiligheid weg te nemen. De conclusie was dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door de situatie te creëren en in stand te houden, waardoor de belangen van de bewoners onevenredig werden geschaad.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Staat onrechtmatig handelde door het appartement als extra beveiligde woning te gebruiken, waardoor de bewoners een gerechtvaardigd gevoel van onveiligheid kregen, en wijst het cassatieberoep van de Staat af.