ECLI:NL:PHR:2006:AY6996
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over vergoeding zaaksbeschadiging door eigenmachtig omzagen van bomen in houtwal tussen buren
In deze zaak vordert eiser vergoeding van kosten voor vervanging van bomen die verweerder zonder toestemming heeft omgezaagd in een houtwal op de grens van hun percelen. Eiser stelt dat twintig meidoorns en twintig andere bomen zijn omgezaagd, terwijl verweerder erkent alleen twintig meidoorns te hebben afgezet, een snoeimethode die hij verantwoord achtte.
De rechtbank kende eiser een beperkte schadevergoeding toe voor drie meidoorns waarvan de afschermingsfunctie was aangetast. In hoger beroep stelde het hof dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor het omzagen van meer dan twintig bomen en oordeelde dat de natuurlijke snelle uitgroei van meidoorns het herstel mogelijk en verantwoord maakt, waardoor geen vermogensschade is geleden.
Eiser stelde cassatieberoep in tegen deze oordelen, met name tegen het bewijswaardering en de schadevaststelling. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, bevestigde dat het hof de juiste maatstaven voor zaaksbeschadiging heeft toegepast en dat het bewijs van eiser onvoldoende was om de stellingen te ondersteunen. Het hof mocht ook de stellingen van verweerder over de snelle uitgroei als onweerlegbaar aannemen.
De Hoge Raad oordeelde dat de schadevergoeding alleen toekomt indien vermogensschade is aangetoond en dat herstelkosten alleen verantwoord zijn als herstel objectief mogelijk en redelijk is. In dit geval was dat niet het geval, zodat de vordering ongegrond bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat onvoldoende bewijs is geleverd voor meer omgezaagde bomen en dat geen vergoeding toekomt omdat herstel door natuurlijke uitgroei verantwoord is.