ECLI:NL:PHR:2006:AX8838
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontruiming bovenwoning na faillissement juridische eigenaar en economische eigendomsoverdracht
In deze zaak staat centraal of een economische eigenaar van een onroerende zaak, die het feitelijke genot van het pand heeft verkregen via een overeenkomst van economische eigendomsoverdracht, na het faillissement van de juridische eigenaar nog een huurovereenkomst kan aangaan die tegen de curator van de boedel kan worden ingeroepen.
De Hoge Raad overweegt dat faillissement de inhoud en geldigheid van overeenkomsten in beginsel niet aantast, maar dat crediteuren met persoonlijke verbintenissen ten opzichte van de gefailleerde geen nakoming ten laste van de boedel kunnen afdwingen. Dit geldt ook voor gebruiksrechten die voortvloeien uit economische eigendomsoverdracht. Het hof had geoordeeld dat de economische eigenaar het recht had om het pand te gebruiken en dit recht aan derden te verhuren, en dat het faillissement dit recht niet beëindigde. De Hoge Raad stelt echter dat de curator niet gehouden is deze gebruiksrechten te respecteren als dat leidt tot daadwerkelijke nakoming ten laste van de boedel, om de paritas creditorum te waarborgen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling. De curator kan ontruiming vorderen omdat de huurder geen recht of titel heeft tegenover de boedel. De zaak benadrukt de spanning tussen het voortbestaan van contractuele rechten na faillissement en de gelijkheid van schuldeisers.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen; de curator kan ontruiming vorderen omdat de huurder geen geldige titel heeft tegenover de boedel.