ECLI:NL:PHR:2006:AX3080
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Erkenning en teruggave garanties na fondsvorming onder Verdrag van Londen bij aanvaring zeeschepen
Op of omstreeks 25 januari 2003 vond een aanvaring plaats tussen twee zeeschepen, de "Seawheel Rhine" en de "Assi Eurolink", waarbij laatstgenoemd schip zonk op het Nederlandse continentale plat. De eigenaar van de "Assi Eurolink" (Westereems) stelde schadevergoeding en wrakopruimingskosten vorderingen tegen de eigenaar en bevrachter van de "Seawheel Rhine" (respectievelijk Northsea en B&N) in. Northsea startte een arbitrageprocedure in Zweden en B&N vroeg bij de Zweedse rechter beperking van aansprakelijkheid aan, waarbij een beperkingsfonds werd gevormd.
Westereems legde conservatoir beslag op de "Seawheel Rhine" in Nederland, dat werd opgeheven na het stellen van garanties door de verzekeraars namens Northsea. Westereems betwistte de fondsvorming in Zweden en startte rechtszaken in Nederland en Zweden. De Nederlandse voorzieningenrechter en het hof wezen de vordering tot teruggave van de garanties af, omdat de arbitrageprocedure niet als rechtsgeding in de zin van het Verdrag van Londen werd gezien en de Zweedse beslissing niet erkend kon worden.
De Hoge Raad stelt dat de Zweedse beslissing onder de EEX-Verordening automatisch erkend moet worden zonder inhoudelijke toetsing, ook al is de beslissing ex parte genomen. De immuniteit van beslagen uit art. 13 van Pro het Verdrag van Londen strekt zich uit tot Nederland. Omdat Westereems na fondsvorming beslag legde en haar vordering bij het fonds indiende, mist het beslag rechtsgevolg en moet de teruggave van garanties worden bevolen. De eerdere afwijzingen berusten op een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de vordering tot teruggave van garanties toe.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt de teruggave van garanties na fondsvorming onder het Verdrag van Londen en erkent de Zweedse beslissing zonder inhoudelijke toetsing.