ECLI:NL:HR:2006:AX3080
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over erkenning en gevolgen van Zweeds beperkingsfonds bij aanvaring zeeschepen
In deze zaak gaat het om een aanvaring tussen twee zeeschepen, de "Seawheel Rhine" en de "Assi Eurolink", waarbij het laatste schip is gezonken op het Nederlandse continentale plat. De Zweedse eigenaar en bevrachter van de "Seawheel Rhine" (B&N en Northsea) hadden een beperkingsfonds gevormd in Zweden na een arbitrageprocedure, terwijl Westereems, eigenaar van de "Assi Eurolink", conservatoir beslag legde op de "Seawheel Rhine" in Nederland.
De voorzieningenrechter en het gerechtshof in Nederland hadden de vorderingen van B&N en Northsea tot teruggave van garanties afgewezen. De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing van de Zweedse fondsrechter op grond van de EEX-Verordening erkend moet worden in Nederland. Hierdoor geldt de immuniteit van het beslag zoals neergelegd in artikel 13 van Pro het Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid van maritieme vorderingen ook in Nederland.
Dit betekent dat het beslag dat Westereems heeft gelegd, nadat zij haar vordering bij het Zweedse fonds had ingediend, rechtsgevolg mist en moet worden opgeheven. De garanties die ter opheffing van het beslag waren gesteld, moeten aan B&N en Northsea worden teruggegeven. De Hoge Raad vernietigt de eerdere uitspraken en spreekt een dwangsom uit voor het geval Westereems niet binnen twee werkdagen aan deze veroordeling voldoet.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt eerdere uitspraken en veroordeelt Westereems tot teruggave van de garanties en opheffing van het beslag.