Conclusie
conclusiestrekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot afdoening van de zaak door de Hoge Raad zelf in voege als onder 28. is aangegeven.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de aansprakelijkheid voor het opruimen van tienduizenden zakjes landbouwgif die in januari 1994 op het Nederlandse Noordzeestrand aanspoelden, afkomstig van containers verloren door het schip 'Sherbro', eigendom van SDV. De Staat heeft conservatoir beslag gelegd op het schip en een bodemprocedure aangespannen tegen SDV om de opruimkosten te verhalen.
SDV heeft in Frankrijk een verzoek ingediend tot beperking van haar aansprakelijkheid en een beperkingsfonds gevormd. SDV vordert in kort geding dat de Staat de bankgarantie vrijgeeft, stellende dat het Franse fonds rechtsgeldig is gevormd volgens art. 11 lid 1 van Pro het Verdrag van Londen. De Staat betwist dit omdat in Nederland reeds een rechtsgeding was aanhangig gemaakt.
De rechtbank en het hof wezen de vordering af, stellende dat het Franse verzoek tot benoeming van een gerechtelijk deskundige geen rechtsgeding is in de zin van het verdrag en dat het Franse fonds niet tegenover de Staat geldt. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het hof ten onrechte oordeelde dat het verzoek tot benoeming van een deskundige geen rechtsgeding is. Het leggen van conservatoir beslag geldt wel als aanhangig maken van een rechtsgeding.
De Hoge Raad overweegt verder dat de Franse beslissing tot fondsvorming in principe erkend moet worden op grond van het EEX-verdrag, maar dat de ex parte aard van die beslissing vragen oproept over de erkenning. De zaak wordt vernietigd en door de Hoge Raad zelf afgedaan met toewijzing van de vordering van SDV.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de vordering van SDV tot vrijgave van de bankgarantie toe.