ECLI:NL:PHR:2006:AW4459
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping noodweerexces en voorwaardelijk opzet bij doodslag in Den Helder
Op 20 september 2003 heeft verdachte in Den Helder het slachtoffer met een mes in de borst gestoken, waarbij het slachtoffer is overleden. Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte met voorwaardelijk opzet heeft gehandeld, omdat hij de aanmerkelijke kans op overlijden bewust heeft aanvaard. Dit blijkt uit de aard en plaats van de steekwond en een uitlating van verdachte vlak voor het slachtoffer neerviel.
Verdachte voerde in hoger beroep onder meer een beroep op noodweer en noodweerexces aan, waarbij hij stelde dat hij door het slachtoffer werd aangevallen en dat eerdere ervaringen met dezelfde groep een hevige gemoedsbeweging veroorzaakten. Het hof verwierp deze beroepen omdat verdachte zich kort voor het steken aan de confrontatie had kunnen onttrekken en het steken niet proportioneel was ten opzichte van de aanval met een kabelslot.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof niet verplicht is elk wettig bewijsmiddel te vermelden waarop het zijn oordeel baseert bij de verwerping van een strafuitsluitingsgrond. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het hof het beroep op noodweer en noodweerexces op toereikende gronden heeft verworpen. Wel wordt de straf verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld wegens doodslag met voorwaardelijk opzet; beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen; straf werd verminderd wegens termijnoverschrijding.