ECLI:NL:PHR:2006:AW2476
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring doodslag ondanks discussie over bloedspoorbewijs en schoensporen
Op 17 februari 2003 werd het slachtoffer dood aangetroffen met meerdere steek- en snijwonden. Verdachte werd door het hof veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens doodslag. Het bewijs berustte onder meer op bloedspoorpatroononderzoek en schoensporen die met bloed waren aangetroffen in de woning van het slachtoffer.
De verdediging voerde onder meer aan dat het proces-verbaal van de technisch rechercheur onvoldoende gemotiveerd was en dat aanvullend onderzoek naar schoensporen, met name Fila-sporen, noodzakelijk was. Ook werd betwist dat verdachte met een bloedende wond door de woonkamer had gelopen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom het proces-verbaal bruikbaar was en dat het oordeel over de deskundigheid en betrouwbaarheid van het bewijs aan het hof was voorbehouden. Het verzoek tot aanvullend onderzoek werd afgewezen omdat de sporen te gefragmenteerd waren voor maatvaststelling.
Verder stelde het hof vast dat verdachte kennelijk leugenachtige verklaringen had afgelegd over zijn aanwezigheid en handelingen in de woning, wat het bewijs versterkte. Ook werd het verweer dat derden het delict pleegden verworpen op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor andere personen op de plaats delict. De verklaringen van twee getuigen die ontkenden opdracht tot moord te hebben gegeven, werden door het hof geaccepteerd als bewijs tegen de alternatieve lezing van de verdediging.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie en bevestigde het arrest van het hof. Het oordeel van het hof over de bewijsmiddelen en de betrouwbaarheid daarvan kon in cassatie niet worden getoetst. Daarmee bleef de veroordeling van verdachte voor doodslag in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot tien jaar gevangenisstraf wegens doodslag op basis van het bewijsmateriaal.