ECLI:NL:GHSGR:2005:AT2630
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Berg
- Van Strien
- Van Kempen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf voor doodslag met messteken
De verdachte bracht in de nacht van 16 op 17 februari 2003 zijn vriend in diens woning om het leven met een groot aantal messteken. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot veertien jaar gevangenisstraf. In hoger beroep sprak het hof de verdachte vrij van moord, omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat hij na kalm beraad handelde, maar verklaarde hem wel schuldig aan doodslag en veroordeelde hem tot tien jaar gevangenisstraf.
Het bewijs bestond uit forensisch onderzoek, waaronder bloedsporen en DNA-mengprofielen op diverse plaatsen in de woning, die zowel van het slachtoffer als van de verdachte waren. Ook was de verdachte gewond aan zijn been, wat volgens deskundigen door hetzelfde mes kon zijn veroorzaakt. De verdachte ontkende de daad en gaf wisselende verklaringen, maar het hof achtte zijn ontkenning ongeloofwaardig gezien de bewijslast.
De verdediging voerde verzoeken in tot aanvullend technisch en tactisch onderzoek, waaronder nader schoenonderzoek en eliminatieonderzoek van bloedsporen, maar het hof wees deze verzoeken af wegens onvoldoende motivatie en noodzaak. Verder stelde de verdediging dat derden de moord hadden gepleegd, maar dit werd door het hof als feitelijk onaannemelijk verworpen.
Het hof nam ook psychiatrische rapporten in overweging, die stelden dat het ten laste gelegde feit volledig aan de verdachte kon worden toegerekend. De verdachte toonde geen verantwoordelijkheid en volhardde in ontkenning, wat het hof meewoog bij de strafoplegging. De opgelegde straf van tien jaar gevangenisstraf werd passend geacht gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor doodslag na vrijspraak van moord.