ECLI:NL:PHR:2006:AW2475
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen bij diefstal met braak ondanks bewijsverweer verdachte
Op 8 juni 2002 pleegden verdachte en anderen een diefstal uit een woning waarbij zij zich toegang verschaften door braak. Verdachte werd door het hof veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf wegens medeplegen van diefstal. Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij slechts aanwezig was en geen uitvoeringshandelingen had verricht, waardoor sprake zou zijn van geen medeplegen.
De Hoge Raad oordeelde dat medeplegen vereist dat er sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en mededaders, waarbij ook het aansluiten bij een lopend strafbaar feit kan bijdragen aan medeplegen. Uit de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van mededaders en getuigen, bleek dat verdachte samen met anderen de woning binnenging, spullen inpakte en deze gezamenlijk wegnam.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof voldoende motivering had gegeven waarom het bewijsverweer werd verworpen en dat de bewezenverklaring niet nadere motivering behoeft. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen. Hiermee bleef de veroordeling van verdachte voor medeplegen van diefstal met braak in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor medeplegen van diefstal met braak.