ECLI:NL:PHR:2006:AW2093
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van una via-regel en onrechtmatige overheidsdaad bij fiscale informatieplicht en strafvervolging
Een echtpaar werd door de Belastingdienst onderzocht vanwege niet-aangegeven buitenlandse banktegoeden. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen en bestuurlijke vergrijpboetes op wegens het niet voldoen aan de fiscale informatieplicht. Het echtpaar weigerde echter de gevraagde gegevens te verstrekken, waarna de Staat strafrechtelijk onderzoek wilde instellen en hen als verdachten wilde horen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het strafrechtelijk onderzoek niet kan doorgaan vanwege de una via-regel (art. 69a AWR), die dubbele bestraffing en vervolging voor hetzelfde feit uitsluit. Het hof beperkte het verbod tot het strafrechtelijk verhoor en oordeelde dat de Staat onrechtmatig handelt indien zij politiedwang toepast of dreigt toe te passen.
De Hoge Raad bevestigt dat het opleggen van bestuurlijke boetes het recht tot strafvervolging uitsluit voor dezelfde feiten. Het onderscheid tussen het opzettelijk niet verstrekken van informatie en het doen van onjuiste aangifte leidt niet tot verschillende feiten in de zin van de una via-regel. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof vanwege een te ruime omschrijving van het verbod en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek, waarbij wordt bevestigd dat strafrechtelijke vervolging voor hetzelfde feit als waarvoor bestuurlijke boetes zijn opgelegd niet is toegestaan.