ECLI:NL:HR:2006:AW2093
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige overheidsdaad bij strafrechtelijk onderzoek naar niet-aangegeven buitenlandse banktegoeden
De zaak betreft een kort geding van een echtpaar dat weigerde op grond van art. 47 AWR Pro gevraagde informatie te verstrekken aan de Belastingdienst over niet-aangegeven spaargeld bij een Luxemburgse bank. De Staat wilde een strafrechtelijk onderzoek instellen en hen als verdachten horen, terwijl het echtpaar stelde dat de strafrechtelijke weg was afgesloten door het opleggen van bestuurlijke vergrijpboeten op grond van art. 67d en 67e AWR.
De voorzieningenrechter verbood het strafrechtelijk verhoor, maar het hof vernietigde dit en beperkte het verbod tot het toepassen van politiedwang, mits vergrijpboeten waren opgelegd. De Hoge Raad overwoog dat het opleggen van vergrijpboeten en strafvervolging wegens schending van de informatieplicht verschillende gedragingen betreffen, ook al hebben ze betrekking op dezelfde omstandigheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het una via-beginsel (art. 69a AWR) niet van toepassing is in deze situatie omdat de boeten betrekking hebben op onjuiste of onvolledige aangiften, terwijl de strafvervolging ziet op het niet verstrekken van gevraagde informatie. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
De uitspraak benadrukt dat het opleggen van bestuurlijke boetes en strafrechtelijke vervolging niet automatisch elkaar uitsluiten wanneer het gaat om verschillende gedragingen, ook al zijn deze gerelateerd aan dezelfde feiten. De Staat handelt onrechtmatig indien zij het echtpaar met politiedwang verhoort in strijd met dit oordeel.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak terug voor verdere behandeling over samenloop bestuurlijke boete en strafvervolging wegens schending informatieplicht.