ECLI:NL:PHR:2006:AV6188
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid afluisteren advocaat-verdachte en verwerpt verweer beïnvloeding getuigen
In deze zaak stond de vraag centraal of het afluisteren van telefoongesprekken tussen een advocaat, die tevens verdachte was, en zijn cliënt rechtmatig was. De Hoge Raad bevestigde dat de rechter-commissaris bevoegd was tot het bevelen van het afluisteren, ook al betrof het gesprekken met een advocaat, omdat deze zelf verdachte was. Het hof had geoordeeld dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond ten aanzien van de advocaat-verdachte, waardoor het afluisteren proportioneel en zorgvuldig was.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld wegens poging tot uitlokking van beïnvloeding van getuigen in een strafzaak tegen zijn cliënt, die verdacht werd van mensenhandel. Uit afgeluisterde gesprekken bleek dat verdachte instructies gaf om getuigen te beïnvloeden, onder meer door hen te laten verklaren dat zij een slecht geheugen hadden en details niet konden herinneren. Het hof achtte dit bewezen en het cassatieberoep faalde.
De Hoge Raad behandelde ook de bewijskracht van verklaringen van getuigen die in het Engels of met tolk waren gehoord en bevestigde dat het hof terecht gebruik had gemaakt van deze verklaringen, ook al waren er nuances in de verklaringen. Verder werd geoordeeld dat het hof niet verplicht was de getuige ter terechtzitting te horen, omdat zij haar verklaring niet had ingetrokken.
Ten slotte verbeterde de Hoge Raad enkele kwalificaties van het hof omtrent de toepasselijke wetsartikelen, maar verwierp alle cassatiemiddelen en bevestigde de veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete wegens poging tot beïnvloeding van getuigen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens poging tot beïnvloeding van getuigen en verklaart het afluisteren van gesprekken met de advocaat-verdachte rechtmatig.