ECLI:NL:HR:2003:AH9924
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen beschikking inzake afluisteren advocaat-gesprekken en beslag
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van klager tegen een beschikking van de Rechtbank te Roermond van 24 december 2002. Het beklag betrof het afluisteren van telefoongesprekken tussen klager, advocaat, en zijn cliënt die in detentie verbleef, alsmede het beslag op voorwerpen in de woning en het kantoor van klager.
De Rechter-Commissaris had bepaald dat bepaalde telefoongesprekken van de cliënt met klager opgenomen mochten worden, waarbij van vier gesprekken de opnamen werden gewist, maar van twee gesprekken niet, omdat deze vermoedelijk verband hielden met het beïnvloeden van getuigen. Tegen klager werd een gerechtelijk vooronderzoek ingesteld wegens vermoedelijk medeplegen van het strafbare feit van artikel 285a Sr. De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond, waarna de Hoge Raad de zaak terugwees voor herbeoordeling. De rechtbank handhaafde daarop haar oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat reeds vóór het afluisteren van de gesprekken voldoende verdenking tegen klager bestond. De rechtbank mocht op basis van de toen bekende feiten en omstandigheden tot het oordeel komen dat er een redelijk vermoeden van schuld was. De klacht van klager dat de opnamen onrechtmatig waren en dat het beslag onrechtmatig verkregen bewijs bevatte, faalt. Er zijn geen gronden voor vernietiging van de beschikking.
De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt de beslissing van de rechtbank dat het beklag ongegrond is. De beschikking is gegeven door de vice-president en raadsheren in raadkamer en uitgesproken op 30 september 2003.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt verworpen en het beklag tegen het afluisteren en beslag wordt ongegrond verklaard.