ECLI:NL:PHR:2006:AV2863
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag en omgangsregeling bij minderjarige kinderen
In deze zaak gaat het om een geschil tussen voormalig echtelieden over het wijzigen van het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen en het stopzetten van de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen. Na echtscheiding bleef het gezamenlijk gezag van kracht. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag en beëindiging van de omgangsregeling. De rechtbank wees dit toe, maar het hof vernietigde het gezagsbesluit en handhaafde het gezamenlijk gezag, terwijl het de omgangsregeling stopzette.
De Hoge Raad bevestigt dat het gezamenlijk gezag na echtscheiding blijft bestaan conform artikel 1:251 lid 2 BW Pro, en dat wijziging naar eenoudergezag slechts mogelijk is bij gewijzigde omstandigheden die in het belang van het kind zijn, waarbij het risico dat het kind klem raakt tussen ouders centraal staat. Het hof oordeelde dat de communicatieproblemen niet zodanig ernstig waren dat het gezamenlijk gezag moest worden beëindigd.
Ten aanzien van het omgangsrecht oordeelt de Hoge Raad dat een ouder met gezamenlijk gezag recht heeft op omgang met het kind, en dat ontzegging van dit recht niet definitief kan zijn zonder wettelijke grondslag. Tijdelijke schorsing van omgang is mogelijk op grond van artikel 1:253a BW indien het belang van het kind dit vereist, maar definitieve ontzegging vergt een wijziging van het gezag. In deze zaak was sprake van een definitieve stopzetting van de omgang, wat niet verenigbaar is met de wet en het belang van het kind.
De Hoge Raad verwerpt het principale cassatieberoep van de vrouw en vernietigt het deel van het incidentele cassatieberoep dat de stopzetting van de omgangsregeling bekrachtigt, en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. De uitspraak benadrukt het belang van het kind, de noodzaak van communicatie tussen ouders en kinderen, en de wettelijke grenzen aan het wijzigen van gezag en omgangsrecht.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag blijft gehandhaafd, maar de definitieve stopzetting van de omgangsregeling wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.