ECLI:NL:PHR:2006:AV2655
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over nakoming arbeidsovereenkomst statutair directeur en verbeurde dwangsommen
De zaak betreft een executiegeschil tussen een vennootschap en haar statutair directeur over de vraag of de vennootschap dwangsommen heeft verbeurd wegens niet-nakoming van een eerder kort geding vonnis. De directeur was geschorst, waarna de voorzieningenrechter de vennootschap veroordeelde hem met onmiddellijke ingang toe te laten tot zijn functie met alle bevoegdheden, onder dreiging van een dwangsom.
De vennootschap herstelde de toegang tot het werk direct, maar het herstel van de inschrijving als statutair directeur bij de Kamer van Koophandel en de volmacht bij de bank vond pas na circa twee weken plaats. De directeur stelde dat hierdoor dwangsommen waren verbeurd. Het hof stelde dat deze vertraging niet onredelijk was en dat de directeur niet daadwerkelijk in zijn functioneren was belemmerd.
De Hoge Raad bevestigt dat de vennootschap een permanente verplichting had om de directeur onbelemmerd zijn functie te laten uitoefenen, maar dat dit een abstracte norm is die eerst moet worden geconcretiseerd. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de vennootschap binnen een redelijke termijn de bevoegdheden heeft hersteld en dat de directeur gedurende de vertraging niet belemmerd was. De klachten van de directeur over onredelijkheid en onbegrijpelijkheid van het oordeel worden verworpen.
De Hoge Raad wijst erop dat een dwangsom reeds verbeurd kan zijn bij niet-nakoming, ongeacht schade, maar dat hier de vennootschap heeft voldaan aan haar verplichtingen. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vennootschap geen dwangsommen heeft verbeurd.