ECLI:NL:PHR:2006:AU6098
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatigheid bij sommatie op later nietig verklaard Europees octrooi
Deze zaak betreft een geschil tussen octrooihouders over de vraag of het onrechtmatig is wanneer een octrooihouder sommatiebrieven stuurt aan afnemers van een concurrent op grond van een Europees octrooi dat later nietig wordt verklaard. De Hoge Raad bevestigt de lijn uit eerdere jurisprudentie dat het enkele feit dat een octrooi achteraf nietig blijkt, niet zonder meer onrechtmatigheid oplevert. Er moet sprake zijn van verwijtbaar gedrag, zoals het bewust of met ernstige redenen vermoeden van ongeldigheid van het octrooi.
De zaak spitst zich toe op de beoordeling van de inventiviteit van een octrooi op een dubbele spiraaloven en de vraag of CFS Bakel B.V. onrechtmatig heeft gehandeld door het octrooi te handhaven en te gebruiken in de markt, terwijl Stork Titan B.V. het octrooi vernietigd wilde zien. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat CFS geen ernstige redenen had om te vermoeden dat het octrooi nietig zou worden en dat zij te goeder trouw handelde.
De conclusie benadrukt dat octrooien niet wezenlijk verschillen van andere intellectuele eigendomsrechten wat betreft de beoordeling van onrechtmatigheid bij sommatie. Ook wordt besproken dat de octrooihouder niet verplicht is om alle mogelijke informatie over de stand van de techniek te delen met het Europees Octrooibureau, maar slechts die informatie die nodig is voor een goed begrip van de uitvinding. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Stork en bevestigt dat er geen sprake is van onrechtmatigheid of ongerechtvaardigde verrijking van CFS.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; sommatie op grond van een later nietig verklaard octrooi is niet zonder meer onrechtmatig.