ECLI:NL:PHR:2006:AR5759
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verplaatsing werkelijke leiding van Nederlandse BV naar België en fiscale gevolgen
Deze zaak betreft de vraag of de werkelijke leiding van X Beheer BV in 1996 van Nederland naar België is verplaatst en vanaf welk moment precies. Dit is van belang voor de fiscale heffing van vennootschapsbelasting over dat jaar. Belanghebbende, opgericht in 1991, heeft in 1996 haar statuten gewijzigd en haar feitelijke vestigingsplaats naar België verplaatst, waarbij ook haar aandeelhouders naar België emigreerden. Het hof oordeelde dat de werkelijke leiding vanaf 31 mei 1996 in België was, waardoor de winst vanaf die datum niet meer in Nederland belastbaar was.
De Staatssecretaris maakte bezwaar tegen dit oordeel en voerde aan dat de feitelijke onderworpenheid aan Belgische belasting niet relevant zou zijn en dat belanghebbende na het besluit tot ontbinding slechts uitvoeringshandelingen verrichtte, waardoor geen werkelijke leiding in België nodig was. De A-G concludeert dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde door feitelijke belastingheffing te zwaar te laten wegen en dat nader onderzoek nodig is naar de volledige onderworpenheid aan Belgische vennootschaps- of rechtspersonenbelasting.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar een ander gerechtshof voor nader onderzoek naar de vraag of belanghebbende naar Belgisch recht inwoner is en vanaf welke datum de werkelijke leiding is verplaatst. Tevens wordt vastgesteld dat de tie-breaker van het belastingverdrag Nederland-België van toepassing is bij dubbele woonplaats. De conclusie bevat uitgebreide beschouwingen over de vestigingsplaats van vennootschappen, de betekenis van werkelijke leiding, de fiscale onderworpenheid in België, en de gevolgen van ontbinding en liquidatie voor de plaats van werkelijke leiding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de fiscale woonplaats en onderworpenheid van X Beheer BV.