ECLI:NL:PHR:2005:AU3411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg beëindigingsovereenkomst en salarisverhogingen conform CAO bij einde arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een werknemer en Kimberly-Clark over de uitleg van een beëindigingsovereenkomst en de aanspraak op salarisverhogingen conform de geldende CAO's.
De werknemer trad in 1961 in dienst en ontving salarisverhogingen volgens de CAO tot medio jaren negentig, toen de werkgever besloot de boven-CAO-lonen te bevriezen. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst in 1997 ontving de werknemer een ontslagvergoeding, berekend op het laatst geldende salaris zonder de vermeende hogere CAO-verhogingen.
De werknemer vorderde een herberekening van de vergoeding op basis van het hogere salaris waarop hij aanspraak meende te hebben. De lagere rechter wees dit af omdat de beëindigingsovereenkomst volgens het hof definitief was en geen ruimte liet voor verdere discussie over salarisaanpassingen.
De Hoge Raad bevestigt dat de uitleg van de overeenkomst volgens de Haviltex-norm moet plaatsvinden, waarbij het gaat om wat partijen redelijkerwijs mochten begrijpen en verwachten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze maatstaf juist heeft toegepast en dat de motivering voldoende was, mede omdat de werknemer onvoldoende omstandigheden had aangevoerd die een andere uitleg rechtvaardigen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de werkgever zich mocht beroepen op de beëindigingsovereenkomst zoals gesloten, zonder herberekening van de ontslagvergoeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de herberekening van de ontslagvergoeding op basis van hogere salarisaanspraken wordt afgewezen.