ECLI:NL:PHR:2005:AT4548
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke beoordeling of een zwembad bedrijfsruimte is in de zin van art. 7:290 BW
De stichting Actief Buiten Sporten (ABS) exploiteerde sinds 1992 het openluchtzwembad De Smagtenbocht te Bladel en huurde dit van de gemeente. Na opzegging van de huurovereenkomst per 1 januari 2000 en enkele kortdurende verlengingen ontstond een geschil over de vraag of het zwembad als bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW Pro moest worden aangemerkt, wat ontruimingsbescherming zou geven.
ABS stelde dat het zwembad met de horecavoorziening en duikwinkel als bedrijfsruimte moest worden gezien en dat de huurovereenkomst nog doorliep. De gemeente wilde het zwembad sluiten voor nieuwbouw van een sporthotel. De kantonrechter en het hof wezen het verzoek van ABS tot verlenging van ontruimingsbescherming af, waarbij het hof oordeelde dat het zwembad geen bedrijfsruimte is en dat de huurovereenkomst was geëindigd.
De Hoge Raad bevestigde dat sportgelegenheden zoals zwembaden buiten de categorieën vallen die onder art. 7:290 lid 2 BW Pro vallen. De wetgever heeft bewust gekozen voor een beperkte beschermingscategorie, ondanks kritiek. Ook het argument dat een deel van het gehuurde als bedrijfsruimte werd onderverhuurd, werd verworpen. De Hoge Raad vond de motivering van het hof begrijpelijk en zag geen aanleiding tot cassatie. Het beroep van ABS werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het zwembad geen bedrijfsruimte is en verklaart het cassatieberoep van ABS ongegrond.