ECLI:NL:PHR:2005:AT3497
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arrest over opschorting betalingsverplichting bij gebrekkige aannemingsovereenkomst
In deze zaak gaat het om de afwikkeling van een aannemingsovereenkomst waarbij eiseres werkzaamheden verrichtte aan de woning van verweerder. Verweerder stelde dat het werk gebreken vertoonde en hield betaling op. Eiseres vorderde betaling van openstaande facturen en verweerder stelde een reconventionele vordering in tot ontbinding en schadevergoeding.
De rechtbank en het hof oordeelden dat eiseres niet slaagde in het bewijs dat verweerder akkoord was gegaan met afwijkingen in de uitvoering. De deskundige stelde vast dat de herstelkosten en waardevermindering samen de 10% van de aanneemsom overschreden, waardoor opschorting van betaling tot 20% van de aanneemsom gerechtvaardigd was. Het hof wees de vordering tot betaling van wettelijke rente deels toe en oordeelde dat verweerder niet in verzuim was voor het deel van de betaling dat hij opschortte.
De Hoge Raad bevestigt dat de waardering van bewijs aan de feitenrechter is voorbehouden en dat opschorting van betaling proportioneel moet zijn, maar dat volledige opschorting gerechtvaardigd kan zijn als pressiemiddel. Ook oordeelt de Hoge Raad dat verweerder niet buiten de rechtsstrijd is getreden door opschorting en dat de proceskosten deels worden gecompenseerd. Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.