ECLI:NL:PHR:2005:AS6015
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van profijtontneming bij heling en softdrugshandel in samenwoningssituatie
In deze zaak gaat het om de profijtontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door een veroordeelde en haar partner, die samenwoonden en een gezamenlijke huishouding voerden. Het hof had vastgesteld dat de veroordeelde bewust profijt had getrokken uit de softdrugshandel van haar partner en legde haar een betalingsverplichting op ter ontneming van dit voordeel. De Hoge Raad bevestigt dat dit geen ongeoorloofde dubbele ontneming is, omdat de maatregel een strikt persoonlijk karakter heeft en zowel de veroordeelde als haar partner op verschillende wijzen voordeel hebben verkregen.
Daarnaast is een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak afgewezen omdat de veroordeelde niet in persoon verscheen, ondanks meerdere oproepen, en de zaak al oud was. Het hof heeft het belang van een behandeling binnen een redelijke termijn en een goede organisatie van de rechtspleging zwaarder laten wegen dan het aanwezigheidsrecht van de veroordeelde, wat door de Hoge Raad als juist wordt beoordeeld.
De Hoge Raad bespreekt ook de juridische achtergrond van de ontnemingsmaatregel, waarbij het doel is om het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de persoon te ontnemen en niet om vermogensbestanddelen uit het economisch verkeer te halen. De situatie van samenwonenden met een gezamenlijke huishouding maar zonder algehele gemeenschap van goederen wordt onderscheiden van gehuwden, waarbij de financiële situatie van de veroordeelde niet verslechtert door de ontneming bij haar partner.
Het beroep van de veroordeelde wordt verworpen en de bestreden uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en wijst het verzoek tot aanhouding af.