ECLI:NL:PHR:2005:AS4681
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs bij bankoverval met geweld en zwaar letsel
Het gerechtshof Arnhem heeft verdachte veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor meerdere feiten, waaronder een gewelddadige bankoverval in Zetten waarbij zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht. De bewezenverklaring van het tweede feit, de overval op de SNS-bank, berustte voornamelijk op verklaringen van een medeverdachte die bij de politie belastende verklaringen had afgelegd, maar deze later bij de rechter-commissaris had ingetrokken.
De verdediging had verzocht om deze medeverdachte als getuige te horen, wat het hof had toegewezen, maar het hof heeft nagelaten hem ambtshalve te dagvaarden of op te roepen. Volgens de Hoge Raad zijn de regels uit NJ 1994, 427 van toepassing, die bepalen dat als een belastende verklaring de enige directe bewijsmiddelen is en de betrokkene deze later intrekt of ontkent, de rechter de getuige moet oproepen om de betrouwbaarheid te toetsen.
De Hoge Raad nuanceert dat in uitzonderlijke gevallen, wanneer de appelrechter voldoende steun vindt voor de betrouwbaarheid van de eerste verklaring, het oproepen van de getuige achterwege kan blijven, mits dit gemotiveerd wordt. In deze zaak is echter sprake van een op essentiële punten ontlastende verklaring van de medeverdachte, zodat het hof had moeten dagvaarden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor het tweede feit en de strafoplegging in zoverre, en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde berechting.
Een tweede middel over een vermeende ontoelaatbare mening in een verklaring van de medeverdachte wordt verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat het gebruik van verklaringen van getuigen die hun verklaring intrekken aan strikte voorwaarden is gebonden om het recht op een eerlijk proces te waarborgen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het tweede feit wegens onvoldoende bewijs en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.