ECLI:NL:PHR:2005:AR5902
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat regulerende energiebelasting geen uitschot aan belasting is voor omzetbelasting
De zaak betreft een geschil tussen N.V. X, een energiebedrijf, en de Staatssecretaris van Financiën over de vraag of de regulerende energiebelasting (REB) als uitschot aan belasting kan worden aangemerkt en daarmee niet tot de vergoeding behoort waarover omzetbelasting (OB) wordt geheven.
N.V. X rekent de REB door aan haar afnemers en brengt hierover ook OB in rekening. Het hof oordeelde dat de REB geen uitschot aan belasting is, omdat de REB niet op naam van de afnemers wordt voldaan en N.V. X geen dienst, maar een levering verricht. Daarnaast werd geoordeeld dat er geen verboden discriminatie bestaat tussen afnemers en ondernemers die zelf energie opwekken.
In cassatie bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof. De Hoge Raad benadrukt de historische context van het begrip uitschot aan belasting en wijst op het onderscheid tussen diensten en leveringen in de omzetbelastingwetgeving. De REB is een belasting die door de leverancier zelf wordt verschuldigd en niet als doorlopende post kan worden aangemerkt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen, omdat er objectieve rechtvaardigingsgronden zijn voor de verschillende behandeling van afnemers en zelfopwekkers.
De Hoge Raad concludeert dat de REB geen uitschot aan belasting is in de zin van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 en dat de doorberekening van de REB inclusief OB terecht is. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de REB geen uitschot aan belasting is, waardoor OB over de REB terecht is geheven.