ECLI:NL:GHSHE:2003:AM1887
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- J.W. Verstraate
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of doorberekende regulerende energiebelasting tot omzetbelastinggrondslag behoort
De belanghebbende, een energiebedrijf, betwistte dat de door haar aan verbruikers doorberekende regulerende energiebelasting (REB) onderdeel uitmaakt van de vergoeding voor de levering van aardgas en elektriciteit waarover omzetbelasting moet worden geheven. Zij stelde dat de REB als doorlopende post of als uitschot aan belasting buiten de heffing zou moeten blijven, en voerde subsidiariteit het gelijkheidsbeginsel aan.
De Inspecteur stelde dat de REB wel degelijk tot de maatstaf van heffing behoort en dat ook ondernemers die zelf energie opwekken via integratieheffing omzetbelasting over de REB verschuldigd zijn. Het hof onderzocht de nationale regelgeving en de Europese Zesde richtlijn en concludeerde dat de REB geen doorlopende post of uitschot aan belasting vormt, mede omdat de belanghebbende zelf de REB verschuldigd is.
Verder oordeelde het hof dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt, omdat geen ongelijke behandeling bestaat tussen afnemers en ondernemers die zelf energie opwekken, en dat eventuele ongelijkheden niet door het hof kunnen worden opgelost maar door de wetgever.
Het hof bevestigde de bestreden uitspraak en wees het beroep van de belanghebbende af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de doorberekende regulerende energiebelasting tot de vergoeding behoort waarover omzetbelasting moet worden berekend.