ECLI:NL:PHR:2004:AP1513
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over vormverzuimen en redelijke termijn bij ontnemingsmaatregel
In deze zaak heeft het Gerechtshof te Leeuwarden veroordeelde opgelegd om een bedrag van €34.033,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen. De verdediging stelde meerdere middelen van cassatie in, waaronder het beroep op vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek en overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad stelt dat vormverzuimen die betrekking hebben op de hoofdzaak niet kunnen worden ingebracht in de ontnemingsprocedure, omdat deze procedure zich beperkt tot de vaststelling van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Tevens wordt bevestigd dat het beroep op overschrijding van de redelijke termijn in de appelfase gegrond is, aangezien het hoger beroep op 27 april 2001 werd ingesteld en het arrest dateert van 8 mei 2003.
Verder wordt het beroep op artikel 126ff Wetboek van Strafvordering afgewezen, omdat de bepaling niet ten gunste van de verdachte is geschreven en het niet aannemelijk is dat de politie onnodig lang heeft gewacht met optreden. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover vervangende hechtenis is opgelegd, conform de wetswijziging van mei 2003, en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is opgelegd en het beroep wordt voor het overige verworpen.