ECLI:NL:PHR:2004:AP1083
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van pseudo-gevolmachtigde bij ontbreken toereikende volmacht en financieringsvoorbehoud
In deze zaak gaat het om de vraag of eiseres, die als pseudo-gevolmachtigde optrad namens een derde partij ([A] B.V.), aansprakelijk is voor de schade die verweerster heeft geleden doordat de koopovereenkomst betreffende een pand niet is nagekomen. De overeenkomst bevatte een financieringsvoorbehoud, waarop eiseres zich beriep om aansprakelijkheid te ontkennen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet kon aantonen dat zij over een toereikende volmacht beschikte en veroordeelde haar tot schadevergoeding. Het hof bekrachtigde dit oordeel en verwierp de stellingen van eiseres omtrent het financieringsvoorbehoud, waarbij het aannam dat dit voorbehoud in de praktijk zelden succesvol wordt ingeroepen.
De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de pseudo-gevolmachtigde op grond van artikel 3:70 BW Pro en verduidelijkt de bewijslastverdeling: de pseudo-gevolmachtigde moet aantonen dat het financieringsvoorbehoud de schade heeft voorkomen. De Hoge Raad acht het aannemelijk dat in de praktijk het financieringsvoorbehoud meestal niet tot ontbinding leidt, waardoor de schadevergoeding terecht is toegekend.
De klachten van eiseres over het oordeel van het hof en de bewijsvoering worden verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat de pseudo-gevolmachtigde garant staat voor het bestaan en de omvang van de volmacht en dat het beroep op een ontbindende voorwaarde zoals een financieringsvoorbehoud niet zonder meer leidt tot ontslag van aansprakelijkheid.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de pseudo-gevolmachtigde en wijst het beroep af.