ECLI:NL:PHR:2004:AO9645
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen voorhanden hebben wapens ondanks geschonden beslotenheid zitting
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verzoeker werd veroordeeld tot drie jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid wapens en munitie. De zaak heeft een complexe achtergrond, waarbij verzoeker een geheime overeenkomst had gesloten met het Openbaar Ministerie (OM) om informatie te verschaffen in ruil voor opschorting van een eerdere straf.
Verzoeker stelde onder meer dat de schending van de beslotenheid van de zitting, door openstaande verbindingen met de perskamer, tot niet-ontvankelijkheid van het OM had moeten leiden. De Hoge Raad oordeelde dat de rechter bij motivering van zijn vonnis of arrest ook informatie uit besloten zittingen mag gebruiken en dat anonimiseren mogelijk is, waardoor geen uitzondering bestaat op de openbaarheid van de gronden van het vonnis.
Daarnaast werd betwist of verzoeker feitelijke macht had over de wapens, een vereiste voor het begrip 'voorhanden hebben' volgens de Wet wapens en munitie. Het hof oordeelde dat het controleren van wapens op gevaarzetting impliceert dat verzoeker feitelijke macht had. De Hoge Raad bevestigde dat dit oordeel niet onbegrijpelijk is en dat ook meerdere personen feitelijke macht over hetzelfde voorwerp kunnen hebben.
Ten slotte verwierp de Hoge Raad de overige middelen, waaronder de stelling dat de wapens die in september 1999 werden aangetroffen niet dezelfde waren als die in augustus 1999, en concludeerde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom de wapens identiek waren. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof met de veroordeling tot drie jaar en zes maanden gevangenisstraf blijft in stand.