ECLI:NL:PHR:2004:AO3452
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoedingsmaatregel en taakstraf bij verkrachting
De verdachte is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf, waarvan drie weken voorwaardelijk, wegens verkrachting. Het hof heeft daarbij rekening gehouden met de ernst van het feit en eerdere veroordelingen van de verdachte voor soortgelijke feiten. Tevens is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd van €1600 aan het slachtoffer, bestaande uit gederfd loon en immateriële schade.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het aanbod tot het verrichten van een taakstraf was afgewezen en dat de schadevergoeding onterecht was toegekend omdat het Schadefonds Geweldsmisdrijven de schade reeds had vergoed. De Hoge Raad verwierp deze middelen. De motivering van het hof voor de gevangenisstraf was voldoende, mede gezien de ernst van het bewezenverklaarde feit.
Ten aanzien van de schadevergoeding oordeelde de Hoge Raad dat het door het Schadefonds aan het slachtoffer beschikbaar gestelde bedrag moet worden terugbetaald zodra en voorzover de schade door de verdachte wordt vergoed. Hierdoor ontbrak feitelijke grondslag voor het middel dat de schade reeds was vergoed. De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel zijn daarom toewijsbaar.
De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging van het arrest en verwierp het cassatieberoep. De strafoplegging en schadevergoedingsmaatregel blijven daarmee in stand.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf deels voorwaardelijk en toewijzing schadevergoeding van €1600 aan slachtoffer.