ECLI:NL:HR:2004:AO3452

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 april 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01415/03
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake schadevergoedingsmaatregel na vergoeding door Schadefonds Geweldsmisdrijven

In deze strafzaak werd de verdachte door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens verkrachting en werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan de benadeelde partij. De verdachte stelde in cassatie dat deze maatregel onterecht was omdat de schade reeds was vergoed door het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

De Hoge Raad overwoog dat het door het Schadefonds aan het slachtoffer verstrekte bedrag slechts een voorlopige voorziening is en moet worden terugbetaald zodra de schade door de verdachte wordt vergoed. Hierdoor mist het middel feitelijke grondslag.

Het cassatieberoep werd verworpen omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren en de bestreden uitspraak geen ambtshalve vernietiging rechtvaardigde. De Hoge Raad bevestigde daarmee de straf en de toegewezen schadevergoedingsmaatregel.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling met schadevergoedingsmaatregel blijft in stand.

Uitspraak

20 april 2004
Strafkamer
nr. 01415/03
EdK/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 11 februari 2003, nummer 21/001932-02, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Zutphen van 16 juli 2002 - de verdachte ter zake van "verkrachting" veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf, waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander als in het arrest vermeld.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D. Moszkowicz, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De conclusie is aan dit arrest gehecht.
3. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beoordeling van het tweede middel
4.1. Het middel klaagt erover dat het Hof de vordering van de benadeelde partij heeft toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel voor hetzelfde bedrag heeft opgelegd, terwijl de door de benadeelde partij gestelde
schade reeds was vergoed door het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
4.2. Het middel faalt op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 11 tot en met 17.
5. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
6. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 20 april 2004.